maandag 10 februari 2014

Wat is er aan de hand met mijn Nederland?


Wat is er aan de hand met mijn Nederland?

Ik ben voor het eerst in mijn leven bang voor mijn eigen land. Ik ben bang voor mijn toekomst in dit land. De toekomst van mijn kinderen, hun kinderen en mijn familie. Voor de toekomst van vrienden en kennissen van me. Waarom? Tja, als je me een beetje kent dan weet je het ondertussen al. Maar ik zal het voor de vorm en voor het verhaal toch maar eens uitleggen.

Sinds jaren hadden we verschillende ambtelijke instellingen die onder andere voor onze sociale zekerheid moesten zorgen. Die sociale zekerheden maakten het mogelijk om in Nederland in betrekkelijke veiligheid jezelf te kunnen ontplooien. Zo was en is er een subsidie voor ouders genaamd “Kinderbijslag”. Werd je ziek, ongeacht hoe, was er de “Ziektewet”. Werd je te oud om te werken, kreeg je geld vanuit de “Alg. Ouderdoms Wet”. Verloor je je baan, dan was er de “Werkloosheid Wet” waarvan je een groot deel van je maandelijkse financiën kon blijven regelen. Werd je ziek en verloor je daardoor je baan? Dan was er de “Wet Arbeids Ongeschiktheid”.

Iedere Nederlander betaalde mee aan de financiering van al die uitkeringen, volgens die wetten. Het was een slim systeem, want in vrijwel alle gevallen bleef je bijdragen aan het voortbestaan van ‘jouw eigen’ wet. Maar ook multimiljonairs hadden recht op uitkeringen volgens die wetten. Zelfs al vonden ze dat pertinente onzin. Je betaalt, dus heb je er ook recht op.

Maar ergens is het fout gegaan. Ooit is er iemand geweest die slim en handig schatrijk is geworden door op slinkse wijze met deze wetten zichzelf ruim toe te bedelen. En ik vermoed dat het er veel, te veel zijn geweest. Maar de mensen die afhankelijk waren van deze wetten, hun wetten, waren en zijn nog steeds buitenproportioneel in de meerderheid. Want dat van die meerderheid, dat werd door iemand niet geloofd. Wars van de karakters van de wetten, ging die iemand ze koel en nuchter berekenen. Via sommetjes waarmee je een offerte voor een snelweg of sporthal liet bouwen, berekende die persoon de kosten van deze wetten. Onze wetten. Dus wat kostte een rolstoel? Wat had een gehandicapt mens nodig om zinvol verder te leven? Wat waren de kosten per jaar, per kind, in het speciale onderwijs? Wat moest een traject kosten om een persoon met een aangeboren hersenaandoening weer in de maatschappij neer te zetten? Al deze kosten, ondertussen “onkosten” genaamd, werden netjes op een rijtje gezet. Net zoals die persoon had geleerd op school. Kosten, baten, onkosten (nuttig/niet nuttig), rente/aflossing…..noem ze maar op. Maar deze rijtjes kunnen er nooit bij en dat zijn de tabellen “Resultaat menswaardig is bereikt? Ja*/Nee**. ( *Ja? Sluit kolom en blad. ** Nee? Ga door naar ‘vervolgstappen’ en ga verder.” Dit kan niet berekend worden. Er zijn geen vaste Excel formules die ‘Geluk’ kunnen berekenen.

En toen ging het nog een keer mis. Er kwamen mensen aan de macht die het vermoeden hadden dat alle mensen die van de wetten, onze wetten, hun wetten, ‘genoten’, dat wel eens vrijwillig deden. En in een paar gevallen hadden ze gelijk. Vaak krijgen mensen vrijwillig kinderen en er zijn mensen die vrijwillig oud worden. Maar er rees een welhaast onderbouwd wantrouwen voor de rest van die ‘uitkeringsgemachtigden’. Ziek werd je vaak als je ongezond leefde(!). De kolommen ‘Resultaat menswaardig zijn bereikt? Ja*/Nee**’ werden geschrapt. Veel te zweverig. Geen houvast voor bank en klerk. Want er werd ook openlijk getwijfeld aan die mensen die werkloos werden. Want die waren waarschijnlijk niet goed in wat ze deden. Of ze vroegen er misschien wel teveel voor. Of ze kozen voor het verkeerde beroep, omdat ze vroeger op school niet goed opgelet hadden. En was je langdurig werkloos, dan was dat de regel die het allemaal bevestigde, met als aanvulling dat die persoon ook niet wilde werken. Was je ziek geworden en daardoor werkloos, had je de plicht zo snel mogelijk beter te worden en werk te gaan doen. In willekeurige volgorde. Werden mensen ziek van het werk, dan waren zij waarschijnlijk niet goed in wat ze deden. We betalen met ruim elf miljoen (11.000.000) Nederlanders tussen de 18 en 67, naar verhouding evenveel aan de genoemde wetten. Ongeveer één miljoen (1.000.000) van die mensen vind dat de overige tien miljoen (10.000.000), op z’n minst iets terug moet doen, in moet leveren of moet afzien van het gebruik, het ‘genot’ van deze wetten. Maar er waren nog altijd tien miljoen (10.000.000) mensen die met hun stem, gehoord of in een vakje gekleurd, de wetten en de uitvoering ervan enigszins konden garanderen.

Maar toen ging het erger mis. Die één miljoen (1.000.000) mensen waren slim, machtig, rijk of beweerden dat ze het waren. Dus bleven ze zoeken naar mogelijkheden om nog slimmer, machtiger en rijker te worden. Dat relatief klein aantal ambtelijke instellingen die onder andere voor onze sociale zekerheid moest zorgen. Dat klein aantal klerken deden dat werk zoals hun eens in de vier jaar werd opgedragen. En teveel mensen controleerden dat dan weer. Die onkosten werden tragisch langzaam ingeperkt. Er werd gezocht naar een mogelijkheid, waar er door een automatische, natuurlijke zelfregulering, langzaam maar zeker een stop zou komen aan die grote onkostenposten. Nee, niet dat kleine aantal ambtelijke klerken moest het gaan doen. Nee, als het kon moest het door bedrijven gedaan worden. Door middel van offertes, doelstellingen, winstprognoses. Zo konden die wetten nog wel eens flink geld opleveren. Iedereen betaalt mee, helemaal niet iedereen mag ervan profiteren. Maar wie o wie konden die wetten dan zo blunderend mogelijk uit gaan voeren, vroegen onze Zichzelf Rijk Rekenende (ZRR-ers)  Nederlanders zich af.

Toen ging het definitief helemaal fout. Want die één miljoen (1.000.000) ZRR-ers kwamen erachter dat er ambtelijke instellingen waren, die door een automatische, natuurlijke zelfregulering aan de ene kant miljarden doorheen joegen en aan de andere kant miljoenen bespaarden. Instellingen waar zeer regelmatig de verantwoordelijken of van het toneel verdwenen of van gedaante wisselden. Waar het nemen van schier ontelbare en niet te begrijpen wetten, regels en uitvoeringen een tweede natuur was. De eerste natuur was dat het geld wat er beheerd werd met een doel, nooit en te nimmer voor meer dan 75 % aan dat doel mocht worden uitgegeven. Het waren klerken die belastingen op fietsen, honden, vlaggen, poep, rolstoelen en toeters succesvol hadden geïntroduceerd. Hun verzamelnaam was… Gemeenten. Het kwalijk ei was uitgebroed. De ZRR-ers hadden hun knechten gevonden. In vele gevallen zelfs kompanen. Met toverwoorden als ‘Bezuinigingen In Het Kader Van Europese Wetgeving’, ‘Participatiemaatschappij’, ‘Werken Voor Je Uitkering’ en ‘Eigen Verantwoording Bij Een Aangeboren Ziekte en/of Handicap’ en ‘(Totaal Niet) Passend Werk Aanvaarden’, orakelden de ZRR-ers hun plannen bij hun opperhoofden op het Haagse Binnenhof. De Nederlandse gemeenten, die al sinds jaar en dag de bal tussen de voeten van het kabinet waren, kregen opeens een landelijke zorgplicht. Ze waren verplicht zoveel mogelijk te vragen en zo min mogelijk te geven. En nu, nu moesten ze iets gaan uitvoeren waar het gros van de uitvoerenden niet voor opgeleid was, niet achter kon staan en vaak niet eens wilde dat het uitgevoerd werd.

Ik ga stoppen, want ik wordt melancholisch en dat mag niet want dan ben ik niet beschikbaar voor (Totaal Niet) Passend Werk. Maar om even in het klein aan te geven waar ik het mis zie gaan, het volgende voorbeeld: Ik woon in een gemeente waar het bestuur het na tien jaar nog steeds niet voor elkaar krijgt een gemeentehuis te bouwen. Een gemeente die burgers die om financiële ondersteuning vragen, resoluut doorverwijst naar vrienden, familie en kerken. Een gemeente waarvoor ik het ergste vrees als zij zich over onze jeugd in het algemeen en de wat meer aandacht vragende jeugd in het bijzonder, moet gaan bekommeren. Een gemeente die misschien door een meerderheid ZRR-ers wordt bestuurd? Ik hoop van niet. Maar ik weet zeker dat het een gemeente is die de (Jeugd) WMO niet naar behoren kan gaan uitvoeren. Er is namelijk nog geen kantoorruimte gevonden vanwaar dit zal moeten gebeuren. Zegt dat misschien genoeg?



dinsdag 10 juli 2012

Ik hou van je leven.

Ik hou van je en wil graag samen verder in een relatie.
Maar, dan moet je wel het zelfde voelen wat ik voel.
Dingen doen zoals ik ze doe.
Spreken nadat ik heb gesproken.
Luisteren naar wat ik zeg.
Ook moet je je kleden zoals ik me kleed en het dragen zoals ik het graag zie.
Je mening over bijna alles moet in lijn staan van wat ik vindt.
Mijn gelijk is die van jou.
Als we samen zijn, ben jij er voor mij.
Moeilijke beslissingen nemen we samen en lastige klusjes doe jij.
Als ik gelukkig ben, dan zijn we samen ook gelukkig.
Als jij verdrietig bent, ben je dat niet als ik er ben.
Als je mijn hulp niet wilt zoals ik het wil, dan wil je niet geholpen worden.
Ik heb alle tijd voor je, als je het maar kort houdt en er niet te vaak om vraagt.
Je hebt begrip voor mijn complexe levenswijze en laat jouw eenvoudige manier van leven achterwege.
Je mag heus wel denken wat je wilt, zolang je het maar stil doet en het bij denken laat.
Onze relatie moet in balans zijn.
Je mag kritiek op me hebben en boos op me worden, zolang je er maar achteraf je verontschuldigingen voor aanbiedt.
Ik hou van je en je bent welkom in mijn leven.
Ik blijf dat leven leven, dus is het normaal dat je dat accepteert en je aanpast aan mijn leven.
Want anders hebben we geen relatie.

Want dan hou je niet echt van me.


Ik hou van je en wil graag samen met je verder leven.
Ik wil proberen te voelen wat jij voelt en je vertellen wat ik voel.
Ik wil de dingen die we doen, zoveel mogelijk proberen samen te doen.
Spreken nadat we naar elkaar hebben geluisterd.
Ik respecteer hoe je je kleed en bewonder dat.
We accepteren en respecteren dat we ieder een eigen mening hebben.
Jou en mijn gelijk is ieder de helft van ons gelijk.
Als we samen zijn, zijn we er voor elkaar.
Alle beslissingen en klussen doen we samen.
Als een van ons niet gelukkig is, proberen we er samen wat aan te doen.
Dus als jij verdrietig bent, ben ik dat ook.
Ik help je met alles en op de manier waarop we samen denken dat het ok is.
We hebben altijd alle tijd voor elkaar, ongevraagd.
We gaan samen een levenswijze maken van onze oude manieren van leven en proberen zo zolang mogelijk samen te leven.
Onze relatie moet in balans zijn, maar de onbalans mag een keer bij mij en bij jou liggen.
We mogen kritisch zijn, boos worden en vertellen dat zo snel mogelijk.
Ik hou van je en wil graag mijn leven met je delen, zoals jij ook jouw leven met mij wilt delen.
Het leven wat ik had voordat ik je kende, was een leven zonder jou.
Maar nu heb ik een relatie met je en dat is een heel ander leven.

Ik hou zielsveel van je en wil graag ons leven met je leven.

Liefde maak je vanuit jezelf, eerst voor jezelf en dan voor een ander. 

maandag 9 juli 2012

10 juli, 1959. Academisch Ziekenhuis,Groningen.

Lieve Grace,

Het mag een wonder heten als je dit leest. Het is een wonder dat dit geschreven is. Het is geschreven door een wonder. Geen poeha, maar een kind wat gezond en wel op de wereld komt, hoe ongewenst dan ook, is en blijft een wonder.

Net zo verwonderlijk blijf ik het vinden dat een moeder haar kind niet meer wil kennen, zien of horen. Het wonder wat jij 53 jaar geleden in het Academisch Ziekenhuis in Groningen ter wereld bracht, kan het niet opbrengen om zijn eigen twee wonderen nooit meer te zien. Dat zelfde wonder uit 1959 heeft de andere helft van zijn verwekkers gevonden. Dat wil zeggen, de nazaten ervan. En ook hier is er sprake van een wonderlijke situatie. Want wonder boven wonder kunnen die nazaat en het 53 jarige wonder-ongeluk het heel goed samen vinden. En samen hebben die twee eigenlijk een wonderbaarlijk begrip en respect voor je. Jij, alleen, Grace, wilt niets van het wonder weten. Van geen enkel wonder, overigens.

Ik ben vandaag 53 jaar geworden. Zes maanden geleden had ik andere plannen. Ook toen heeft een wonder me ertoe gebracht om door te gaan. En doorgaan betekend dus ook stil hopen dat er ooit een wonder gebeurt. Doorgaan betekend ook dat ik heel oud zal kunnen worden en het wonder nooit heeft plaatsgevonden. Maar ik ben dan in elk geval wel heel oud geworden. Ouder dan Anton en ouder dan Piet. En helaas ook ouder dan jij. En dat is helaas geen wonder, maar gewoon de realiteit.

Sayang Rahmat Grace Strüwer. Bagaimana Anda mengabaikan saya, aku tetap anakmu yang tunggal itu, Peter James. Salam ibu.

Lieve Grace Strüwer. Hoe je me ook negeert, ik blijf je enige zoon, Peter James. Dag, mama.


zondag 10 juni 2012

K.N.I.L. en Zuid-Molukkers vs. den Nederlandsche Regeering.


De Zuid-Molukkers in Nederland kwamen hier in 1951 voor een tijdelijk verblijf als gedemobiliseerd KNIL-militair. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) was het Nederlandse koloniale leger. Het heeft officieel bestaan van 1830 tot 1950. In tegenstelling tot de Koninklijke Landmacht die onder het Ministerie van Oorlog viel, ressorteerde het Nederlands-Indische leger onder het ministerie van Koloniën en bestond het leger uitsluitend uit beroepsmilitairen (of militairen uit het Nederlandse leger, die voor een bepaalde periode bij het leger gedetacheerd waren). Militairen die krijgsgevangen worden genomen krijgen normaal hun salaris doorbetaald of achteraf met terugwerkende kracht uitbetaald.

Na de oorlog bleek dat Nederlands marinepersoneel wel maar KNIL militairen geen salaris kregen uitbetaald over de jaren dat ze in krijgsgevangenschap hadden gezeten. KNIL militairen werden betaald door de toenmalige Nederlands Indische regering, marinepersoneel werd direct door Nederland betaald. De Nederlandse regering erkent dat ze wel recht hebben op achterstallige soldij maar dat met de creatie van de republiek Indonesië deze alle plichten van de oude Nederlands-Indische regering heeft overgenomen. Dit zou betekenen dat Indonesië al deze oud-KNIL militairen hun achterstallige soldij zou moeten betalen, hetgeen Indonesië echter niet doet. Oud-KNIL militairen stellen dat Nederland moet betalen omdat zij toen voor Nederland en niet voor Indonesië vochten, ze vochten direct na de oorlog zelfs tegen de nieuwe republiek Indonesië.

Oud KNIL militairen vechten tot op de dag van vandaag voor erkenning en uitbetaling van hun achterstallige soldij. Hen was door de Nederlandse regering beloofd dat zij hun eigen staat op de Molukken zouden kunnen stichten. Zij verbleven in kampen, waaronder Kamp Vught en Schattenberg, onder meestal matige tot slechte omstandigheden. Nadat zij een generatie - ruim 24 jaar - hadden gewacht op de inlossing van de beloften van de Nederlandse regering, wisten ze al bijna zeker dat ze in Nederland zouden blijven. De Nederlandse overheid kon de beloften over een vrije staat niet nakomen. Hierdoor radicaliseerde een deel van de Molukse jongeren. Een groepje onder hen besloot door middel van een treinkaping hun eisen kracht bij te zetten.

De eerste treinkaping bij Wijster vond plaats in december 1975 bij het dorp Wijster (Drenthe).

Op dinsdagochtend 2 december werd om 10:07 de stoptrein Groningen-Zwolle tot stilstand gebracht tussen de weilanden. Zeven Zuid-Molukse jongeren uit Bovensmilde hadden de trein gekaapt in hun streven naar een vrije Republiek der Zuid-Molukken. De actie duurde 12 dagen en er vielen drie doden. Tegelijk met de kaping bezette een andere groep Molukkers, eveneens een groep van zeven uit Bovensmilde, het Indonesische consulaat te Amsterdam.

Na bemiddeling door ingenieur Manusama en de weduwe van Chris Soumokil gaven de kapers zich op 14 december over, waarbij meespeelde dat er berichten waren over represailles op de Molukken. Bovendien was het intussen flink gaan vriezen, waardoor het verblijf in de trein ook voor de kapers onaangenaam werd. Tijdens hun berechting in 1976 werden ze veroordeeld tot gevangenisstraffen van veertien jaar. Allen zaten hun straf uit, op één na: die pleegde 1978  in de gevangenis zelfmoord.

De aan de kaping parallel lopende gijzelingsactie in het Indonesische consulaat in Amsterdam werd op 19 december beëindigd. Bij die gijzeling was één dode gevallen. Het betrof een consulaatmedewerker die vergeefs had geprobeerd te vluchten.
De tweede treinkaping bij De Punt begon op 23 mei 1977.
Om negen uur 's morgens toen de intercity Assen-Groningen ter hoogte van het dorp De Punt in de provincie Drenthe, niet ver van de spoorwegovergang te Glimmen in de provincie Groningen, door negen gewapende Zuid-Molukse jongeren gekaapt en tot stilstand werd gebracht. De gijzeling duurde 482 uur (20 dagen) en de bevrijding door mariniers kostte twee gegijzelden en zes kapers het leven.
Tegelijkertijd begonnen vier Zuid-Molukkers met de gijzeling van een lagere school in Bovensmilde waarbij 105 kinderen en 5 onderwijzers gegijzeld werden. Met deze acties wilden ze de Nederlandse regering dwingen zich in te zetten voor een onafhankelijke Republiek der Zuid-Molukken en bovendien eisten ze de vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen. Als voor 25 mei 14:00 uur deze eisen niet zouden worden ingewilligd zouden de trein en de school worden opgeblazen. De Nederlandse regering liet echter weten pas over het ultimatum te willen praten als alle kinderen zouden zijn vrijgelaten.

Zaterdagochtend 11 juni 1977, bijna drie weken na het begin van de kaping, openden mariniers van de BBE het vuur op de trein, bijgestaan door zes Starfighters die drie keer in groepjes van twee over de trein vlogen. De jongste van de piloten was de latere Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten en CDS Dick Berlijn. Bij deze grote militaire operatie kwamen twee gegijzelden (de 19-jarige Ansje Monsjou en de 40-jarige Rien van Baarsel) en zes kapers (naast de leider Max Papilaya ook Hansina Uktolseja, Ronnie Lumalessil, George Matulessy, Minggus Rumahmory en Mateus Tuny) om het leven. De overige treinreizigers werden bevrijd. De Zuid-Molukkers in de school gaven zich zonder verzet over.
De treinkapingen  bleef niet zonder gevolgen. De grootste gevolgen lagen vooral in het sociale leven van de Molukkers en ook de Nederlands-Indiërs. Sinds de aankomst van vluchtelingen uit Nederlands-Indië was er een nieuwe generatie opgegroeid in Nederland waarvan de oudsten tegen die tijd studeerden en daarbij vooral gebruikmaakten van het openbaar vervoer. Echter door deze treinkapingen nam discriminatie jegens de gekleurde mannen en vrouwen uit Indonesië weer toe, hetgeen zich uitte in vooral hevige discussies waarbij het er soms emotioneel aan toe ging.
Tijdens de persconferentie na de bestorming van 11 juni 1997, zei Premier Den Uyl: "Dat geweld nodig was om een einde te maken aan de gijzeling ervaren wij als een nederlaag."
(Bron; Wikipedia)
Wat doet de demisionaire minster van Defensie, Joop Hillen?
Op 4 juni 2012 heeft den Nederlandsche Regeering, bij name door de minister Hillen van Defensie aangekondigd dat de militairen die in 1977 een einde maakten aan de treinkaping bij De Punt een insigne krijgen. Er komt ook een onderscheiding voor degenen die waren betrokken bij de bevrijding van de gijzelaars in de basisschool in Bovensmilde. Een woordvoerder van Defensie liet zaterdag weten dat de onderscheiding ''niet tegen een bevolkingsgroep is, maar voor moedig optreden van militairen die een terroristische actie beëindigden'' Dit alles is per saldo toch een flink stuk goedkoper dan al die lui die nu nog leven hun achterstallig soldij te betalen, toch??
Beschamend en totaal overbodig. In een tijd waar onze overheid elke €uro drie keer moet bekijken, voordat 'ie wordt uitgegeven en deze hele stinkende zaak als vanzelf is overgegaan. Heeft Joop Hillen misschien een nog niet ondekte hersenbeschadiging opgelopen tijdens zijn ambstperiode?
Op Radio 1 zei de vorige Commandant der Strijdkrachten, Dick Berlijn, dat hij het betreurt dat er een insigne komt.
Ik heb eigenlijk maar een vraag, WAAROM na 35 jaar?
(Bron; Wikipedia en NU.nl)

woensdag 6 juni 2012

sterven in elkaars dromen

sterven in elkaars dromen

alsof er geen verschil was tussen hemel en aarde
hij op het wankelste punt toch zijn evenwicht bewaarde
geen belemmering door duisternis of licht
niet gehinderd door mist maar met een eeuwig helder zicht
geen spoor van vermoeidheid of ook maar pijn
hij wou gewoon voor altijd bij haar zijn
toen ze elkaar vonden, ergens ver weg in de tijd
had hij van al die moeite totaal geen spijt
gelijk toen ze hem in de drukkende menigte zag
vertrok haar grimas voor een stralende lach
het zoeken was over en de reis was gedaan
voorbij was haar wachtend onzeker bestaan
hun doel van hun leven was nu uitgekomen
dus stierven ze samen verstrengeld in hun dromen

vrijdag 25 mei 2012

Daar in Spijk, aan de Linge.

Verrassend mooie coaching gehad, gekregen en meegemaakt.
Net zo goed een verrassend mooie ontmoeting gehad, gekregen en meegemaakt.
Inzichten bevestigd zien, wegen werden aangekaart,
maar evengoed werd er inzicht en richting gevraagd.

Met andere woorden;  "De ontmoeting met Jill Yohai was weer een parel."
Ik heb mezelf de komende twee dagen gegund om het gegevene te mogen plaatsen,
op die plekken, waar ze nu nog gemist worden.

Het verbindend element bij deze ontmoeting was het begrip en respect van het gevoelige instinct en helend vermogen van....paarden.

Nee, ik heb vandaag geen paard gezien. Slechts de gedachte en de erkenning van hun gevoelige aard om vooral jezelf te blijven, was de motivatie. 



Maar ben je benieuwd hoe het gevoel en intellect van deze dieren mij en vele anderen blijven helpen? Kijk eens hier. http://inchange-advies.nl/

zondag 13 mei 2012

Wat als ik nou niet “IK” was?

Ik zou blij zijn geweest voor je, met elk klein succes wat je had.
Ik had dat met je gevierd, in plaats van met mijn kleine ergernis je bijna tot wanhoop te drijven.
Ik had je niet keer op keer kwaad de sleutels van mijn huis laten inleveren.
Ik zou je geholpen hebben met moeilijke, belangrijke afspraken.
Ik zou niet al jouw problemen kunnen oplossen en jij ook niet die van mij.
Ik zou steeds naar je verhalen hebben geluisterd, zodat je ze kon delen met me.
Ik had je mijn verhalen verteld, zodat ik ze met je kon delen.
Ik had je alle twijfels over mijn liefde voor jou weggenomen, omdat jij mij ook niet laat twijfelen.
Ik zou je zoveel mogelijk beloftes doen, die ik ook waar kon maken.
Ik zou je beloftes vragen, waarvan ik wist dat je ze kon waarmaken.
Ik had mijn liefde voor jou elke dag laten gelden en jouw liefde zo gretig hebben beantwoord.
Ik had je in mijn huis genomen, zodat ik je zoveel mogelijk kon zien, aanraken, strelen en….
Je had er zo zeker van kunnen zijn dat ik van je hield, dat ik dit alles niet had hoeven schrijven.

Maar ik ben niet degene waarvan jij al deze dingen verlangt. Degene waarvan jij deze kleine dingen verlangt, herkent de lijst niet eens. Als ik die persoon zou kunnen bereiken met deze lijst, dan wist ik dat tenminste een van ons gelukkig was en de ander....gewoon blij.